Alcohol & Zwangerschap

De invloed van alcohol op de preconceptie, zwangerschap of borstvoeding

Informatie over de invloed van alcohol op de preconceptie, zwangerschap of borstvoeding, vindt u hier.

Na de inname van alcohol, verspreidt het zich over het lichaamsvocht. Het grootste deel van de geconsumeerde alcohol wordt in de lever afgebroken. Per standaardglas alcoholhoudende drank (bevat ongeveer 10 gram alcohol), heeft een goedwerkende lever één tot anderhalf uur nodig om de alcohol af te breken. Alcoholgebruik kan gedurende de gehele zwangerschap schade veroorzaken aan het ongeboren kind. Ook tijdens de preconceptie- en borstvoedingsperiode is er kans op schade wanneer de moeder – en bij preconceptie ook de vader - alcohol gebruikt.

Voor meer informatie over de invloed van alcohol op de preconceptie, klikt u hier.
Voor meer informatie over de invloed van alcohol op de zwangerschap, klikt u hier.
Voor meer informatie over de invloed van alcohol op de borstvoeding, klikt u hier.

Preconceptie

Zowel alcoholgebruik door de vrouw als door de man rondom de conceptie kan effect hebben op de zwangerschap. Zo blijkt uit onderzoek van de Gezondheidsraad (2005) dat er aanwijzingen zijn dat alcoholgebruik van de man de vruchtbaarheid (ofwel de kans om zwanger te worden) verkleint en de kans op een miskraam en foetale sterfte vergroot. Hoe dit precies gebeurt, is in onderzoek nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat bij alcoholgebruik de alcoholconcentratie in sperma even hoog wordt als dat in het bloed. Vervolgens zou dit volgens twee verschillende mechanismen effect kunnen hebben op de bevruchting en op de overleving van de bevruchte eicel vlak na de innesteling in de baarmoeder. Bij het eerste mogelijke mechanisme zou de in het sperma aanwezige alcohol direct invloed hebben op bevruchting en overleving van de eicel. Hierbij zou het alcoholgebruik door de man dus vlak voor de conceptie plaats moeten vinden. Volgens het tweede mechanisme veroorzaakt alcohol schade aan het sperma zelf. Dit kan enkele maanden voorafgaand aan de bevruchting plaats vinden. Het beschadigde sperma kan vervolgens effect hebben op bevruchting en overleving van de eicel. Of deze mechanismen werkelijk plaatsvinden is (nog) niet duidelijk.
Ook alcoholgebruik door de vrouw rond de conceptie verlaagt de vruchtbaarheid en verhoogt de kans op een miskraam en foetale sterfte. Zo zijn er aanwijzingen dat alcohol het rijpingsproces van de eicel kan beïnvloeden. Dit kan de eicel schaden en verhoogt daarmee de kans op lagere vruchtbaarheid en op vruchtdood. Daarnaast kunnen vrouwen op zijn vroegst pas twee weken na het moment van conceptie weten dat ze zwanger zijn, waardoor de kans bestaat dat een vrouw drinkt gedurende deze eerste twee weken van de zwangerschap zonder dat ze weet dat ze zwanger is. Ook alcoholgebruik in deze eerste twee weken kan schade aan het embryo veroorzaken. Deze kans neemt toe naarmate de vrouw meer alcohol drinkt (Eggert et al., 2004).
Zie voor meer informatie dit advies van de Gezondheidsraad (2005).

Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap is er geen veilige hoeveelheid van alcoholgebruik. Na inname, verdeelt alcohol zich over al het lichaamsvocht van de zwangere vrouw. Het alcoholpromillage in het bloed van het embryo (maand 1-2) of de foetus (maand 3-9) wordt even hoog als dat van de moeder (Gezondheidsraad, 2005) (ook wanneer de placenta nog niet is ontwikkeld). Ook in het vruchtwater wordt de concentratie, zij het met enige vertraging, even hoog als in het bloed van de moeder. Het verdwijnen van de alcohol uit het vruchtwater gebeurt met dezelfde vertraging.
Gedurende de gehele zwangerschap kan alcohol schade veroorzaken aan het ongeboren kind.
In de prenatale levensperiode wordt een zeer belangrijk deel van de cellen van organen gevormd (proliferatie). Deze cellen verplaatsen zich vervolgens naar hun definitieve plaats (migratie) en daar ontwikkelen ze zich verder (differentiatie). Op elk van deze processen kan alcohol invloed uitoefenen. Met betrekking tot de vorming van de zenuwcellen kan alcohol de celdeling beïnvloeden door te interfereren met groeifactoren (IGF I en II). Alcohol kan de migratie veranderen door de invloed van alcohol op het steunweefsel van het centraal zenuwstelsel (de gliacellen), met als gevolg dat zenuwcellen op abnormale plekken terecht komen. Alcohol kan bovendien bijdragen aan overmatige celdood (apoptose) van zenuwcellen. Apoptose is normaal gesproken een integraal onderdeel van de embryonale ontwikkeling. Bijvoorbeeld, door middel van apoptose sterven overtollige cellen tussen vingers en tenen af, waardoor de oorspronkelijke peddelvormige hand- en voetplaten hun uiteindelijke vorm krijgen. Maar doordat alcohol kan leiden tot overmatige apoptose, kan alcohol ervoor zorgen dat er in bepaalde delen van de hersenen minder hersencellen zijn. Alcohol kan ook invloed hebben op celadhesie. Bij de normale ontwikkeling van het zenuwstelsel is het nodig dat cellen zich tijdens de groei en ontwikkeling met elkaar verbinden om te kunnen overleven en te migreren. Onderzoek heeft aangetoond dat alcohol invloed heeft op een bepaalde celadhesie molecuul (L1CAM) met als mogelijk gevolg mentale retardatie, volledige afwezigheid van het corpus callosum (de witte hersensubstantie dat de beide hemisferen met elkaar verbindt) of abnormale ontwikkeling van de kleine hersenen. Tot slot kan alcohol ook invloed uitoefenen op de activiteit van neurotransmitters, de chemische stoffen die signalen overbrengen van de ene zenuwcel naar de andere. Neurotransmitters helpen het centraal zenuwstelsel te organiseren tijdens de ontwikkeling van de foetus. Prenatale blootstelling aan alcohol kan de functies van bepaalde neurotransmittersystemen zoals glutamaat en serotonine veranderen (Goodlett & Horn, 2001).
Kort gezegd heeft alcohol dus invloed op de celdeling en hierdoor kan schade toegebracht worden aan het embryo of de foetus. In het eerste trimester kan alcohol leiden tot misvorming van organen, zoals hart, armen en ogen. In het tweede en derde trimester kan alcoholgebruik leiden tot het achterblijven van de groei en neurologische defecten. Doordat het centraal zenuwstelsel zich gedurende de gehele zwangerschap ontwikkelt, kan alcohol daarvoor op elk moment schadelijk zijn (Coles, 1994).
Deze tekst is integraal overgenomen uit dit rapport.

Borstvoeding

Wanneer een lacterende vrouw alcohol drinkt, zal de concentratie alcohol in de moedermelk gelijk zijn aan die in het bloed. Wanneer een baby deze alcoholhoudende melk drinkt, zal de alcohol uit de moedermelk zich over het lichaamsvocht van de baby verspreiden. Het alcoholpromillage wordt in de baby dus niet zo hoog als bij de moeder. Dit betekent niet dat dit geen schade tot gevolg kan hebben. Zo blijkt uit onderzoek dat alcohol in de moedermelk kan leiden tot geïrriteerdheid bij de baby en minder willen drinken (Manella & Beauchamp, 1991). Dit zou te maken kunnen hebben met een door alcoholinname veranderde smaak en geur van de moedermelk (VBN, 2005). Ook de toeschietreflex kan afnemen (Manella, 1998) en het slaap-waakpatroon van de baby kan verstoord worden (Gezondheidsraad, 2005). Bovendien kan alcohol in de moedermelk de hersenen beschadigen (Coles, 1994).
Daarnaast is uit onderzoek bij ratten gebleken dat alcohol het prolactine- en oxytocinegehalte in het bloed verlaagt, waardoor er minder melkproductie plaatsvindt (VBN, 2005; Manella, 1998). Dit effect is dosis-gerelateerd.
Zie voor meer informatie [ext=Wanneer een lacterende vrouw alcohol drinkt, zal de concentratie alcohol in de moedermelk gelijk zijn aan die in het bloed. Wanneer een baby deze alcoholhoudende melk drinkt, zal de alcohol uit de moedermelk zich over het lichaamsvocht van de baby verspreiden. Het alcoholpromillage wordt in de baby dus niet zo hoog als bij de moeder. Dit betekent niet dat dit geen schade tot gevolg kan hebben. Zo blijkt uit onderzoek dat alcohol in de moedermelk kan leiden tot geïrriteerdheid bij de baby en minder willen drinken (Manella & Beauchamp, 1991). Dit zou te maken kunnen hebben met een door alcoholinname veranderde smaak en geur van de moedermelk (VBN, 2005). Ook de toeschietreflex kan afnemen (Manella, 1998) en het slaap-waakpatroon van de baby kan verstoord worden (Gezondheidsraad, 2005). Bovendien kan alcohol in de moedermelk de hersenen beschadigen (Coles, 1994).
Daarnaast is uit onderzoek bij ratten gebleken dat alcohol het prolactine- en oxytocinegehalte in het bloed verlaagt, waardoor er minder melkproductie plaatsvindt (VBN, 2005; Manella, 1998). Dit effect is dosis-gerelateerd.
Zie voor meer informatie dit advies van de Gezondheidsraad (2005).
]dit advies van de Gezondheidsraad (2005)[/ext].

-------------------------------------------------------------------

Informatie over hoeveel alcohol schadelijk is
Informatie over de gevolgen van alcoholgebruik
Informatie over de prevalentie van alcoholgebruik rondom de zwangerschap
Informatie over de voordelen van geen alcohol gebruiken rondom de zwangerschap
Informatie over stoppen met drinken
Voorbeelden van lastige situaties van uw cliënten en hoe u hierop kunt reageren